Menu

Interview Ilse Roosens

Mu.ZEE

Ilse Roosens werkt als curator bij het Mu.ZEE in Oostende. Haar stokpaardje is om niet enkel activiteiten zo inclusief mogelijk te maken, maar de volledige werking en organisatie. “We moeten ons op alle niveaus durven te bevragen. Via het programma en het personeel geef je als organisatie aan welke perspectieven je aanbiedt.”

IlseRoosens

Graaf dieper

Ik pleit ervoor om wat dieper te graven zodat de reflectie die plaatsvindt in het kader van Open Monumentendag ook een concreet effect op lange termijn heeft. Zodat er niet enkel naar het ‘uiterlijk’ maar ook echt naar de kern van het erfgoed en de organisatie wordt gekeken.

Zoals voor veel organisaties is het ook voor Mu.ZEE een uitdaging om een breed publiek te bereiken. In het verleden organiseerden we al rondleidingen voor anderstaligen, workshops voor families, panelgesprekken waarin we het hadden over inclusie, enzovoort. Vanzelfsprekend is het belangrijk om thema’s rond diversiteit bespreekbaar te maken en om na te denken over welke ‘doelgroepen’ we niet bereiken. Het moet echter ook iets essentieels veroorzaken. Hoe kan een werking inclusief zijn, en niet als een pop-up iets zogenaamd inclusief brengen? Het programma, het personeel én de omgeving moeten een breed publiek aanspreken en representeren. We kunnen niet vasthouden aan een programma dat zich slechts richt op een specifieke doelgroep om dan via ‘randactiviteiten’ een breder publiek te bereiken.

Creëer een veilig context

Bezoekers zullen zich pas aangesproken voelen wanneer ze zichzelf en hun omgeving enigszins herkennen in de erfgoedinstelling. Dat kan uiteraard op verschillende manieren: door het erfgoed zelf, de personen die aanwezig zijn, de fysieke toegankelijkheid, taal, activiteiten, faciliteiten, enzovoort. Door bijvoorbeeld toiletten genderneutraal te maken en simpelweg te tonen welk soort toilet er zich achter de deur bevindt zonder op te leggen welke genders toegelaten zijn, bied je heel eenvoudig een basisfaciliteit aan voor iedereen. Je creëert een veilige context die vertrouwen biedt aan alle mogelijke bezoekers.

Een ander voorbeeld is het al dan niet communiceren van de afkomst of gender van kunstenaars. Vaak wordt dit slechts benoemd wanneer de kunstenaar tot een minderheid behoort. De categorie van Westerse witte mannelijke kunstenaars is onbewust opgevat als standaard en wordt daardoor meestal niet genoemd, terwijl hun identiteit natuurlijk even belangrijk is als die van kunstenaars van andere genders, origine en/of kleur. Het is cruciaal om deze identiteiten niet als ‘anders’ te zien en te benoemen, maar als eigenschappen die soms relevant zijn en soms ook helemaal niet. Wanneer een kunstenaar het bijvoorbeeld zelf niet over gender heeft, is het niet altijd belangrijk om eraan te refereren in omkaderende teksten.

Jeugd

Wees kritisch

Erfgoed en kunst zouden van en voor iedereen moeten zijn, maar de geschiedenis toont aan dat dat niet altijd zo is geweest. Mu.ZEE heeft bijvoorbeeld net zoals de meeste andere musea een collectie met kunstwerken van vooral witte, mannelijke kunstenaars. Enerzijds werden vrouwen en personen van kleur lange tijd niet geacht om kunstenaar te worden en kregen ze minder opleidingskansen, en anderzijds werden ze ook minder erkend wanneer ze wel degelijk als kunstenaar actief waren. We kunnen ervoor kiezen om de collectie te tonen zoals ze is, wat een erg eenzijdig beeld geeft van de kunstpraktijken die in feite aanwezig waren, of we kunnen streven naar een betere weerspiegeling van de diversiteit en dus een inclusievere kunstgeschiedenis presenteren.

Dat idee roept vaak weerstand op, onder het mom van de canon die niet geheel terecht als objectief kwaliteitslabel wordt gezien. De canon is helaas niet erg divers omdat de voorkeur uitgaat naar hetgeen we al kennen. Door een beperkte weergave van de kunstgeschiedenis staan we vaak niet open voor oeuvres die niet beantwoorden aan ons (vooringenomen) idee over wat goede kunst is. We moeten dit soort cruciale vragen durven te stellen om te begrijpen waarom het niet altijd evident is een breed publiek te bereiken.

Besluit

Het is dus eerst en vooral oefening in het beseffen welke blinde vlekken er aanwezig zijn, om er vervolgens ook echt iets aan te doen op alle niveaus. Een eenmalige activiteit voor slechthorenden volstaat simpelweg niet. Niemand zit te wachten op een speciale behandeling, maar iedereen wil wel op een gelijkwaardige manier deel kunnen uitmaken van een verhaal en ook in de mogelijkheid zijn om mee aan dat verhaal te schrijven. Enkel op die manier kunnen we gaandeweg inclusievere erfgoedinstellingen worden.

Extra tip

Taal is heel belangrijk, zeker als we het hebben over een onderwerp als inclusie. De publicatie 'Words Matter- over mogelijk gevoelige woorden in de museale sector' is daarom een handige tool voor mensen actief in de erfgoedsector.